Wat zijn onze post-corona lessen?

Nu wij allemaal langzaam wennen aan het ‘nieuwe normaal’ vragen wij ons bij SVP af, wat betekent dit voor ons vak? Zijn er lessen die wij geleerd hebben tijdens de corona crisis als ontwerpers? Wij brainstormden er over met het bureau. We gingen al pratend van stedenbouwkundige schaal naar architectuur, want wij zijn nou eenmaal een integraal ontwerpbureau, en er kwamen verschillende onderzoeksvragen voorbij. Hoe kijken wij post-corona tegen het verdichten van steden aan, of moeten we weer meer buiten de steden in het groen gaan wonen? Hoe zien wij de mobiliteit in de toekomst, zijn e-bikes de oplossing en een goede vervanging voor het OV? Waarom gaan we nog naar kantoor? En wat zouden wij willen verruimen, de tuin of het huis? Dit zijn onze bevindingen:

 

Verdichting én verdunning

Tijdens deze pandemie hebben veel mensen jaloers gekeken naar de landelijke gebieden waar mensen alle ruimte hadden om te wonen, leven en werken in de frisse lucht en ruimte. Het lijkt erop dat, hoe dichter de stad, hoe meer het getroffen is door het coronavirus. Hoewel de oplossing logisch lijkt, namelijk verspreiden over Nederland in plaats van ons te concentreren op de al zo dichtbevolkte steden, is de werkelijkheid anders. Wonen in een hogere dichtheid in steden heeft ook grote voordelen, een breed scala aan voorzieningen, keuzevrijheid, slimmere energie oplossingen, en efficiënter gebruik van de grond. Wanneer we de stad uitbreiden, trekt dat een wissel op de natuur en het landschap, terwijl die natuurlijk ook haar ruimte nodig heeft om te gedijen en juist in deze tijd zo dankbaar gebruikt wordt door veel mensen.

We zijn sociale dieren, dat betekent dat wij elkaar moeten kunnen ontmoeten, dat kan nog steeds het beste in de stad. Binnen, maar ook vooral buiten. Wanneer we dicht op elkaar wonen is een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte essentieel. Een fijnmazig netwerk van ommetjes, parken, sportplekken, stille- en speelplekken geven de stedeling de ruimte en de vrijheid om te kiezen voor rust en reuring, recreatie en ontmoeting. Een probleem van steden is nu misschien wel de extreme gerichtheid op het centrum. Zo is de afgelopen jaren bijvoorbeeld in Utrecht duidelijk geworden dat de transitie van auto-naar fietsstad ook fietsfiles kan opleveren. Daarom moeten we ook gaan ontwerpen naar meer polycentrische steden met meerdere kernen die ieder wat wils hebben. Zo is het mogelijk de druk op het centrum te verminderen. We hebben dus meer ruimte nodig in de stad. Dat kan ook door meerdere maaivelden te benutten. Zo hebben we in ons plan De Nieuwe Defensie in de Merwedekanaalzone niet alleen een autovrij maaiveld maar gebruiken we ook grote delen van het dakvlak als ‘skywalk’. Zo kan de stad op meerdere niveaus beleefd en ervaren worden en ontstaat er meer ruimte voor iedereen.

SVP architectuur stedenbouw stad van de toekomst onderzoek BNA utrecht

Utrecht als polycentrische stad – afbeelding uit het onderzoek naar De Stad van de Toekomst

We zijn het buitenzijn weer veel meer gaan waarderen nu we de hele dag thuis werken. Buiten zijn is gezond, maar ook de plek waar je mensen ontmoet en even een praatje kunt maken. In gebouw concepten kan hier op ingespeeld worden door bijvoorbeeld niet direct vanuit de parkeergarage het gebouw in te gaan maar juist de uitgang in de openbare ruimte uit te laten komen. Zo wordt gezond stedelijk leven gepromoot. Waar ligt de oplossing voor deze dualiteit in kwaliteit van de steden dan? We zullen moeten verdichten en verdunnen, meer ruimte moeten creëren door gelaagder te denken en ook slimmer om moeten gaan met de ruimte die we hebben.

SVP architectuur en stedenbouw - Utrecht voormalig defensieterrein

De skywalk van De Nieuwe Defensie in de Merwedekanaalzone

 

Snel en ver reizen vs. lokaal blijven

Het is gemakkelijk te begrijpen dat de verspreiding van virussen in het openbaar vervoer sneller kan gaan, vooral in de drukte van de spits. Maar wat betekent deze maatregel op langere termijn? Volgens verschillende onderzoeken zijn er als gevolg van de corona-crisis nu mensen die geen auto hadden van plan een auto te kopen. De vraag naar auto’s stijgt dus, terwijl we juist in veel steden bezig waren met anders nadenken over mobiliteit en het verminderen van de ruimte voor auto’s in de stad. Misschien is dit ook wel het moment om het concept van deelauto’s nog actiever in te zetten in de stad, en dit wordt natuurlijk nog interessanter als mensen niet meer op dezelfde tijdstippen reizen en we onze activiteiten meer gaan spreiden over de dag. Ook zelfrijdende auto’s kunnen hier een bijdrage aan leveren. Maar uiteindelijk zal het openbaar vervoer natuurlijk altijd een belangrijk vervoersmiddel blijven in steden voor iedereen.

We moeten ons doel veranderen van ‘laten we zo snel mogelijk zo ver mogelijk reizen’ naar ‘laten we minder reizen, lokaal blijven’.

De oplossing van het mobiliteitsvraagstuk ligt eigenlijk in onze mentaliteit. We moeten ons doel veranderen van ‘laten we zo snel mogelijk zo ver mogelijk reizen’ naar ‘laten we minder reizen, lokaal blijven’. Deze mindshift kan een grote impact gaan hebben op hoe we de stad beleven en ervaren. We krijgen meer ook voor lokale kwaliteit (zoals je die nu ook al ziet ontstaan) en mensen doen nieuwe ontdekkingen in hun eigen buurt, er ontstaat een herwaardering voor de eigen woonomgeving. Lopen en fietsen zijn hierbij de twee belangrijkste manieren van transport. De fietsmobiliteit in Nederland wordt nu in veel landen gezien als een voorbeeld, maar hoe kunnen wij onszelf nog verbeteren? Het fietsnetwerk kan altijd sneller en veiliger als we prioriteit gaan geven aan fietsen boven auto’s, door bijvoorbeeld ook ‘fietssnelwegen’ aan te leggen die geschikt zijn om grotere afstanden af te leggen tussen dorpen en steden. Hoewel sommige mensen geloven dat het promoten van de e-bike de oplossing is om ook autogebruikers te laten fietsen, zijn de meeste e-bike gebruikers nu mensen die al veel onderweg waren op de fiets. Bovendien veroorzaakt het grotere snelheidsverschil steeds meer ongelukken. Een risico om rekening mee te houden voor ontwerpers dus.

Aantrekkelijke wandel- en fietsroutes zijn de eerste stap om langzame en lokale(re) mobiliteit te bevorderen. Beslissen hoeveel ruimte er wordt gegeven aan deze vorm van vervoeren in verhouding tot de auto is een belangrijk vraagstuk voor ontwerpers. En als we dan toch bezig zijn met dromen: moeten we de afmetingen en de omgevingen van de stoepen niet ook heroverwegen? Tijdens de coronacrisis hebben we kunnen ervaren hoe aantrekkelijk een stad is met minder auto’s. Laten we dit momentum gebruiken om meer ruimte te claimen voor de voetganger. Stoepen te verbreden voor buurtgroen, speelstraten, collectieve tuinen. Maar ook voor ontmoeten en een praatje.

Een voorbeeld van de mobiliteitshub – Buurtschap Crailo

 

Kantoor als ontmoetingsplek in plaats van werkplek

Thuiswerken blijkt prima te werken en heeft veel voordelen. Een deel van je werkzaamheden kun je thuis efficiënt, ongestoord en zonder afleiding doen, mits je thuis een fijne werkplek hebt.  Maar wat we thuis wel missen is contact, het sparren met collega’s, een spontaan gesprek dat weer nieuwe ideeën oplevert. Kantoorruimte wordt misschien wel vooral een plek om te ontmoeten en te discussiëren, terwijl thuis een plek is om werk gedaan te krijgen. Het lijkt erop dat het kantoor van een werkplek naar ontmoetingsplek gaat.
Flexibele werkplekken op kantoor lijken een goede oplossing, maar ook lokale ‘hubs’ waar je af kunt spreken op korte afstand van je woning. Hier is nog een stap in te maken door meerdere verzamelwerkplekken voor lokale gemeenschappen te maken in dorpen en steden. Dat maakt het mogelijk om dicht bij huis te werken, maar wel het gewilde onderscheid te maken met je eigen leefruimte. Door op verschillende voorkeurstijden te werken zouden de kantoorgebouwen ook minder groot hoeven zijn. Dat maakt stedelijke ruimte mogelijk met een aantrekelijkere mix van woon- en werkruimtes en het verkleint monofunctionele gebieden in onze steden.

Kantoor als ontmoetingsplek – Copijn, Utrecht

Voorkom drukte en daarmee een volgende pandemie

Om exponentiele verspreiding van virussen te voorkomen, in dit geval corona, zouden we in theorie drukke plekken moeten vermijden. Maar als gebruikers gaan we juist graag naar plekken die het aantrekkelijkst zijn en dat leidt automatisch tot drukte. Het is een groot probleem als er plekken in de stad zijn met een toegevoegde waarde die je nergens anders kunt vinden, bijvoorbeeld in parken, maar ook op plekken waar restaurants, bars en terrassen extreem hoog geconcentreerd zijn of grote knooppunten van het openbaar vervoer. Ook hier biedt de polycentrische stad de oplossing. Wanneer mensen toegang hebben tot voorzieningen op loop- of fietsafstand van huis zijn deze overvolle situaties minder extreem.

Buren gingen, bij gebrek aan terrassen, zelf voor de deur een glas wijn drinken of er werd getuinierd onder de stadsbomen, anders een plek voor wildplassers.

Toerismeverbod

Het verbod op toerisme tijdens deze crisis bracht buitengewone situaties met zich mee in de stad. Wij hebben het specifiek gehad over Amsterdam. Deze adempauze bracht een moment om als inwoners en gebruikers na te denken over wat voor soort toerisme we willen in de stad. Zo heeft het rondlopen op de Wallen, nu alles dicht is, een nieuw karakter. Buren gingen, bij gebrek aan terrassen, zelf voor de deur een glas wijn drinken of er werd getuinierd onder de stadsbomen, anders een plek voor wildplassers. De Dam was opeens geschikt voor een voetbalwedstrijd of een cello-repetitie. Het opent onze ogen als we zien hoeveel vrije parkeerplaatsen er zijn en hoe problematisch AirBnB is voor de levendigheid van wijken.

Wij vinden het belangrijk om deze kortdurende werkelijkheid te evalueren, hiervan te leren en actie te ondernemen in onze ontwerpen voor de toekomst van de stad. Het is duidelijk dat er een betere balans moet ontstaan als het toerisme weer op gang komt, een gesprek hierover met de bewoners van de stad lijkt essentieel.

 

Buiten is het nieuwe binnen

Door de crisis werden we geconfronteerd met thuiswerken én thuis lesgeven. Geen eenvoudige opgave. Gelukkig gaan de kinderen nu weer terug naar school, maar blijft daar alles hetzelfde of moeten we ook de manier waarop we lesgeven en onze schooltijd besteden heroverwegen. Interessant is het om te kijken naar Scandinavische landen waar ook allerlei buitenschoolse activiteiten zoals sportactiviteiten vanuit school georganiseerd worden, ondanks dat het klimaat soms extremer is dan bij ons. Gaan we weer binnen lesgeven of zou dat ook meer buiten kunnen? We zijn het buiten zijn weer zoveel meer gaan waarderen dat er een kans ligt om dingen anders te gaan doen.

SVP architectuur stedenbouw amersfoort utrecht internationale school

Dakenlandschap als buitenruimte – International School Utrecht

Thuis en tuin

Het is je vast niet ontgaan: we hebben tijdens deze lockdown periode veel tijd thuis doorgebracht. We realiseren ons hoe belangrijk het is om voldoende ruimte te hebben om niet claustrofobisch te worden. Om af en toe afstand te kunnen nemen van onze huisgenoten. Om rustig te kunnen werken. We waardeerden de waarde van onze eigen privé buitenruimte als het te druk is om naar het park te gaan, we erkenden beter de collectieve ruimtes en definieerden onze ruimtes anders. Dit leidt in onze optiek tot het vraagstuk wat je als bewoners zelf minimaal aan ruimte wilt hebben, maar ook wat je zou kunnen delen met anderen als je budget beperkter is en je geen grote woning kunt betalen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een gedeelde werkruimte, een grote klusschuur, barbecue ruimte, wasruimte of andere ruimtes die het ruimtegebruik optimaliseren en de relatie tussen buren verbetert.
De trend was om je huis uit te breiden ten koste van je tuin of buitenruimte, wellicht dat die wens nu gaat veranderen. Als ontwerpers zien wij ook nog de mogelijkheid om een kleinere privétuin te hebben, met uitzicht op een grotere gemeenschappelijke tuin voor alle buren van het blok.

SVP architectuur stedenbouw amersfoort stadstuin masterplan gebiedsvisie dorp groen wonen straatbeeld

Gedeeld groen in Stadstuin – Amersfoort